Afghanistan

2004-12-29 – Afghanistan werd onafhankelijk van Groot-Brittannië op 19 augustus 1919 en was tot 1973 een koninkrijk onder Zahir Shah. Het centraal gezag was echter vrij zwak en de macht van de lokale stamhoofden groot. De koning werd in 1973 afgezet door zijn neef en zwager, prins Muhammad Daoed, in samenwerking met de plaatselijke, erg kleine communistische partij. Daoed zelf werd president, premier en minister van Buitenlandse Zaken en Defensie. Verscheidene linkse sympathisanten werden in de regering opgenomen. In 1975 verwijderde de president de communisten uit zijn kabinet en knoopte nauwe betrekkingen aan met Iran. In april 1978 pleegden pro-communistische militairen een coup en maakten de secretaris-generaal van de communistische DVPA, Nur Muhammad Taraki, president, maar de nieuwe regering kon zich nauwelijks handhaven. In september 1979 pleegde de premier, Hafizullah Amin, een staatsgreep en schoof Taraki aan de kant. De nieuwe president – die door de Russen niet werd vertrouwd – deed in 1979 een beroep gedaan op de Sovjetunie, de eertijds machtige buurman, om de Moedjaheddin, de islamitische verzetsstrijders te verslaan. Dit was het begin van een lange en verschrikkelijke oorlog, die wel het Russische Vietnam genoemd wordt. Op 27 december 1979 werd president Amin door de KGB gedood en werd de meer gematigde Babrak Karmal president en secretaris-generaal van de DVPA. Karmal probeerde de steun aan zijn regering te verbreden, maar slaagde daar niet in. Toen Gorbatsjov in 1985 secretaris-generaal werd van de CPSU, besloot deze om Karmal te vervangen en de Russische troepen langzaam maar zeker terug te trekken. In 1987 werd dr. Muhammad Nadjiboellah president. In 1989 trok de Sovjetunie zich terug en deze nederlaag was in niet geringe mate verantwoordelijk voor de omwenteling in het Oostblok eind jaren tachtig.

De terugtrekking van de Sovjets betekende niet het aanbreken van de vrede, omdat er nu helemaal geen centraal gezag meer was. In 1990 werden er verkiezingen gehouden en veranderde de communistische partij DVPA haar naam in Vaderland-partij. Alle verwijzingen naar het communisme en marxisme-leninisme werden uit het partijprogramma geschrapt. Onderhandelingen met de Moedjaheddin liepen vast. In 1992 veroverden de Moedjaheddin Kaboel en vluchtte president Nadjiboellah naar het VN-gebouwencomplex waar hij asiel verkreeg. De stamhoofden begonnen nu elkaar te bestrijden en omdat – voornamelijk door Amerikaanse (CIA-)hulp het land vol met allerlei wapens was, konden ze dat ook. De groep die vanuit Kandahar uiteindelijk de macht in de hoofdstad en de belangrijkste andere steden overnam was de Taliban, een streng-islamitische groepering. In 1996 werd Kaboel door de Taliban veroverd en werd ex-president Nadjiboellah, diens broer en vroegere medewerkers, op gruwelijke wijze vermoord. Het machtscentrum van de Taliban bleef evenwel in Kandahar, waar Taliban-leider Mullah Omar, verbleef. De macht van de Taliban werd uitgeoefend door de Opperste Sjoera (Sjoera= Raad). Aanvankelijk brachten de Taliban rust en orde, en werden de beslissingen binnen de Opperste Sjoera relatief democratisch genomen (het principe ‘de meeste stemmen gelden’ gold binnen de Sjoera), maar algauw werd duidelijk dat Mullah Omar de machtigste man werd. In 1997 werd Omar Emir der Gelovigen en hulde hij zich in de mantel van de profeet Mohammed.

Op 7 oktober 2001 zijn de Verenigde Staten van Amerika gestart met de oorlog in Afghanistan als reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Al-Qaida-leider Osama bin Laden, die verantwoordelijk werd en wordt gehouden voor de aanslagen, bevond zich in Afghanistan onder de bescherming van de Taliban, en zij weigerden hem uit te leveren. Zij ontkenden eerst te weten of bin Laden in Afghanistan was, maar gaven later aan dat er geen bewijs voor zijn betrokkenheid bij de aanslagen was.

Huidige situatie

Na de aanvallen van Amerika, dat de opmars steunde van de Noordelijke Alliantie, een alliantie van gewapende tegenstanders van de Taliban, werd een nieuw regime ingesteld onder leiding van president Karzai. Sinds eind 2001 is er een veiligheidsmacht in Afghanistan aanwezig, de ISAF. Tot 11 augustus 2003 was de leiding in handen van Nederland en Duitsland, daarna nam, tegen de zin van Afghanistan zelf, de NAVO die taak over.

Aanhangers van het voormalige Taliban-regime blijven strijden met aanslagen en terreurdaden tegen de aanwezigheid van ‘ongelovigen’ in Afghanistan, en ook tegen het bewind van Hamid Karzai, die zij als een marionet beschouwen. Ze opereren vanuit het Pakistaanse grensgebied. Diverse ISAF-soldaten zijn omgekomen, en zelfs medewerkers van het Rode Kruis en de Verenigde Naties.

Een ander probleem voor de regering-Karzai is dat de regionale bestuurders zich (opnieuw) als onafhankelijke krijgsheren opstellen, en zich weinig aan het centrale gezag gelegen laten liggen. De gouverneurs verrijken zich, strijden met elkaar en onderdrukken de bevolking, terwijl de centrale regering vrijwel bankroet is. De Afghanen zouden het mandaat van de ISAF naar de provincies willen uitbreiden, maar de westelijke coalitie weigert dit voorlopig op financiële en logistieke gronden.

Een ander probleem zijn de vluchtelingen. De terugkeer van vluchtelingen naar Afghanistan is de grootste dergelijke actie in dertig jaar. In 2002 keerden 2,3 miljoen vluchtelingen terug naar huis (waarvan 1,8 miljoen uit het buitenland), voor 2003 worden 2,5 miljoen terugkerende vluchtelingen verwacht. Door deze vluchtelingenstroom worden de problemen op het gebied van schaarste aan voedsel en drinkwater extra versterkt.

bron van de informatie: Wikipedia NL

Comments are closed.