ASIELPROCEDURE
Aanvraag
Een asielverzoek wordt ingediend bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) van het ministerie van Justitie. Dit moet gebeuren in een van de Aanmeldcentra of op Schiphol.
Horen
In het eerste gehoor door een contactambtenaar van de IND in het Aanmeldcentrum, wordt de asielzoeker gevraagd informatie te geven over zijn identiteit (naam, geboortedatum, adres, familie etc), nationaliteit en reisroute. Dit eerste gehoor wordt gevolgd door een tweede interview, het zogenaamde nader gehoor. Daarin wordt gesproken wordt over de achtergronden van de vlucht. Het nader gehoor vormt de basis van de asielprocedure. De asielzoeker vertelt tijdens dit gesprek aan de contactambtenaar van de IND wat er in het land van herkomst is gebeurd en waarom hij of zij is gevlucht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt. De IND neemt op basis van deze informatie een beslissing op het asielverzoek. Er hangt dus nogal wat van af. Medewerkers van VluchtelingenWerk kunnen aanwezig zijn bij het nader gehoor als de vluchteling of de rechtshulpverlener daar om vraagt, of wanneer er volgens VluchtelingenWerk aanleiding voor is.
48 uurs procedure
Als IND meent dat het mogelijk is zonder nader onderzoek een asielverzoek af te doen - en dat betekent af te wijzen - kan er binnen 48 uur (en te uren tussen 22.00 uur en 08.00 uur tellen niet meer) een beslissing worden genomen. In dat geval blijft de asielzoeker die 48 uur in het Aanmeldcentrum. Vroeger was deze verkorte procedure alleen voor de zeer evidente zwakke gevallen, maar inmiddels mag de IND altijd binnen 48 uur afdoen als dat volgens hen mogelijk is. Als IND wel nader onderzoek noodzakelijk acht wordt de asielzoeker doorgestuurd naar een Onderzoeks- en Opvang Centrum (OC). In dat geval vindt vaak nader gehoor daar plaats, en niet in het Aanmeldcentrum.
Beslistermijnen:
Als de asielzoeker niet in de verkorte procedure binnen 48 is afgewezen moet in beginsel binnen zes maanden een beslissing op het asielverzoek worden genomen. Deze periode mag worden verlengd met nog eens zes maanden. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie kán de beslistermijn voor asielzoekers uit een bepaald land of gebied collectief verlengen (een besluitmoratorium). Een besluitmoratorium kan ingesteld worden als: - naar verwachting een korte periode van onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst; - de onveilige situatie in het land van herkomst naar verwachting van korte duur zal zijn; - het aantal ingediende aanvragen uit een bepaald land of een bepaalde regio zo groot is dat de IND redelijkerwijs niet in staat is daar tijdig op te beslissen. Deze asielverzoeken worden dan 'in de ijskast' gezet. Per persoon kan dit maximaal een jaar duren. Het kan dus voorkomen dat een asielzoeker twee jaar op een beslissing moet wachten: zes maanden voor de standaard beslistermijn, zes maanden verlenging voor nader onderzoek, plus een jaar besluitmoratorium.
Veel van de '26.000 gezichten' wachten al vele jaren op een definitief antwoord op hun asielverzoek. Velen van hen zijn binnengekomen onder de vorige vreemdelingenwet waarbij een procedure veel langer kon duren. Bovendien hebben sommige asielzoekers opnieuw een tweede of derde asielverzoek ingediend wegens fouten, onduidelijkheden of onzorgvuldigheden in een eerdere procedure.
Beslissing
De beslissing op het asielverzoek wordt neergelegd in een beschikking. Dat kan zijn een positieve beschikking (toelating) of een negatieve beschikking (afwijzing). Onder de nieuwe vreemdelingenwet is er nog maar één vorm van een asielstatus, dat is een 'vergunning voor bepaalde tijd asiel'. Een negatieve beslissing betekent automatisch dat de asielzoeker Nederland binnen 28 dagen moet verlaten.
Beroep
De asielzoeker kan tegen een negatieve beslissing in beroep gaan. De rechter beoordeelt dan of de beslissing van de IND terecht was. Asielzoekers die beroep instellen krijgen in beginsel 'schorsende werking'. Dat betekent dat zij de beslissing van de rechter in Nederland mogen afwachten. Ze mogen dan in de opvang blijven en zij worden niet uitgezet tot de rechter uitspraak heeft gedaan. Schorsende werking is echter niet automatisch weggelegd voor de asielzoekers die hun negatieve beschikking in de versnelde procedure in het Aanmeldcentrum hebben gekregen. Als zij schorsende werking willen krijgen moeten ze daar apart om vragen bij de rechter. Deze toetst dan feitelijk of het asielverzoek terecht in de verkorte procedure is behandeld. Wachtend op deze uitspraak bij de rechter krijgen deze asielzoekers geen opvang. Zij komen letterlijk op straat te staan.
Hoger beroep
Tegen de beslissing van de rechter kan in hoger beroep worden gegaan. Dit geldt zowel voor de asielzoeker als voor IND. Het hoger beroep wordt behandeld door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Anders dan bij het beroep geeft het hoger beroep geen schorsende werking. De asielzoeker mag de beslissing dus niet in Nederland afwachten.
Uitgeprocedeerd.
Een asielzoeker is uitgeprocedeerd als hij niet meer in beroep gaat of kan gaan tegen een negatieve beslissing. Een uitgeprocedeerde asielzoeker moet Nederland verlaten en wordt uit de opvang verwijderd.
Terugkeer
De verantwoordelijkheid voor het vertrek ligt bij de asielzoeker zelf. Vaak komen asielzoekers zonder reispapieren Nederland binnen. Van degenen die wel documenten hebben, is de geldigheid dikwijls tijdens het wachten in Nederland verlopen. De Nederlandse overheid gaat er vanuit dat alle landen van herkomst van asielzoekers bereid zijn de eigen onderdanen terug te nemen. Het is volgens deze redenatie altijd de schuld van de asielzoekers als zij niet naar het land van herkomst terug kunnen.
Het terugreizen kan om twee redenen moeilijk zijn: - de asielzoeker werkt zelf niet of onvoldoende mee aan het verkrijgen van identiteits- of reispapieren. In dat geval is het hemzelf aan te rekenen; - het land van herkomst werkt niet of slechts heel traag mee aan het verstrekken van die documenten. Landen als China, Liberia en Mauritanië bijvoorbeeld, staan hierom bekend. In dat geval is het de asielzoeker niet aan te rekenen.
Als uitgeprocedeerde asielzoekers Nederland niet zelfstandig verlaten, kan de overheid hen, begeleid door de marechaussee, uitzetten. Dit gebeurt in toenemende mate. Speciale chartervluchten worden ingezet om grotere groepen uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen in één keer te kunnen uitzetten. Hiervoor zijn echter altijd geldige reisdocumenten noodzakelijk.
Asielzoekers kunnen bij vrijwillige terugkeer begeleiding krijgen van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De IOM heeft ook aparte terugkeerprogramma's voor bepaalde landen van herkomst ontwikkeld. De extra faciliteiten die deze programma's bij terugkeer bieden, helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan in het land van herkomst. In 2002 verlieten 1537 asielzoekers Nederland vrijwillig, 2276 asielzoekers werden onder begeleiding van de Marechaussee uitgezet, terwijl van 16.875 asielzoekers onbekend is waar zij zijn gebleven. Zij zijn waarschijnlijk illegaal in Nederland of elders.
Verblijfsvergunningen
Met de invoering in april 2001 van de Vreemdelingenwet is het vergunningenstelsel voor vluchtelingen drastisch versimpeld. Er is nu één Verblijfsvergunning voor Asiel - Bepaalde Tijd (VVA-BT). Deze voorwaardelijke en tijdelijke verblijfsvergunning kan na drie jaar (binnenkort na vijf jaar) worden omgezet in een Verblijfsvergunning voor Asiel -Onbepaalde Tijd (VVA-OT); dit is een definitieve verblijfsvergunning. Bron: www.vluchtelingenwerk.nl
Asielzoekers krijgen een verblijfsvergunning op grond van asiel als a. ze volgens de IND vluchteling zijn in de zin van het Vluchtelingenverdrag; b. ze volgens de IND gegronde redenen hebben om aan te nemen dat ze bij uitzetting een reëel risico lopen om te worden onderworpen aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (bepaling uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens); c. er volgens de minister klemmende redenen van humanitaire aard zijn, waardoor van betrokkene niet verlangd kan worden dat hij terugkeert naar zijn land van herkomst. Hierbij gaat het onder andere om mensen die een traumatiserende gebeurtenis hebben meegemaakt; d. terugkeer naar het land van herkomst volgens de minister van bijzondere hardheid zou zijn vanwege de algemene situatie daar, bijvoorbeeld een (burger)oorlog. De minister voert dan voor dat land dan een algemeen (categoriaal) beschermingsbeleid.
De IND beoordeelt altijd eerst of iemand vluchteling is volgens het Vluchtelingenverdrag, en gaat dan verder het rijtje af. Iedereen die op één van deze gronden in Nederland mag blijven krijgt echter in eerste instantie dezelfde status: de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd - asiel. Deze status kan gedurende drie jaar worden ingetrokken wanneer de situatie in het land van herkomst is verbeterd. Een vergunning die verleend is op basis van vluchtelingschap geeft de beste garanties: er moet aan strikte, in het Vluchtelingenverdrag vastgelegde voorwaarden zijn voldaan om deze te kunnen intrekken. Een vergunning die verleend is op grond van een algemeen beschermingsbeleid kan echter veel makkelijker worden ingetrokken.









