Irak

Irak was lange tijd een dictatuur met Saddam Hoessein als leider (dictator). Tot het voorjaar van 2003. Toen werd Saddam Hoessein verdreven na een aanval van een internationale coalitie, de zogenaamde Coalition of the willing, onder leiding van de Verenigde Staten en Engeland, ook andere landen namen hieraan deel.

In Irak zijn de afgelopen decennia, duizenden mensen ‘verdwenen’, mishandeld, gemarteld en vermoord door militairen, veiligheidstroepen, politie en gevangenenbewaarders, alsmede buitengerechtelijke (massa-)executies zijn gemeengoed. Sjiitische moslims (in het zuiden), Koerden (in het noorden) en niet-Arabische minderheden in het algemeen staan bloot aan vervolging en gedwongen verhuizingen. Al deze mensenrechtenschendingen vielen onder de noemer ‘overheidsbeleid’, een systematische terreur om – al dan niet vermeende – dissidente geluiden in de kiem te smoren. Straffeloosheid was volledig.

De Republiek Irak werd in 1958 uitgeroepen. Na een aantal mislukte staatsgrepen maakte in 1968 de Ba’ath Partij zich definitief meester van de macht. Saddam Hoessein werd in 1979 president van het land. Hij benoemde op alle sleutelposities familieleden, en verdeelde de macht exclusief over soennitische moslims, die in Irak een religieuze minderheid vormen. Onder Saddams leiding groeide Irak uit tot een staat die zich op enorme schaal schuldig maakt aan schendingen van de mensenrechten.

De mensenrechten worden in Irak op zeer grote schaal geschonden. Talloze mensen ‘verdwijnen’ of worden voor lange tijd zonder aanklacht of proces opgesloten. De doodstraf wordt op grote schaal opgelegd, processen zijn geheim en zeer oneerlijk, politieke tegenstanders worden systematisch gemarteld. Verantwoordelijk daarvoor zijn Iraakse militairen, veiligheidsdiensten en geheime diensten. Slachtoffers zijn met name mensen die worden verdacht van politieke oppositie, onder wie (gepensioneerde) leger- en veiligheidsofficieren die ervan worden verdacht tegen de regering samen te spannen, familieleden van in het buitenland verblijvende opposanten van de regering, en leden van etnische en religieuze groeperingen gediscrmineerd worden, met name Koerden en sjiitische moslims.

Politieke repressie

De repressie in Irak is groot. Oppositie tegen de Ba’ath Partij wordt niet geduld. Lid zijn van, of sympathiseren met, andere politieke partijen kan leiden tot gevangenschap of de doodstraf. Hoewel betrouwbare gegevens ontbreken, is het zeker dat jaarlijks talloze mensen worden gearresteerd wegens anti-regeringsgezinde activiteiten, of simpelweg omdat ze familie zijn van mensen die door de autoriteiten worden gezocht. Onder hen zijn vele gewetensgevangenen. Naar schatting enkele tienduizenden gewetensgevangenen zitten vast, soms al jarenlang. Ze krijgen geen proces of zelfs maar te horen hoe de aanklacht tegen hen luidt. Politieke gevangenen worden vaak incommunicado vastgehouden, waardoor informatie over hun lot zeer moeilijk te verkrijgen is. Alle politieke gevangenen worden stelselmatig gemarteld.

De Golfoorlogen

In 1980 begon Irak een oorlog met buurland Iran (de ‘eerste Golfoorlog’). Irak aasde op een betere verbinding met de Perzische Golf en dacht toe te kunnen slaan in de chaotische periode na de val van de sjah. Bovendien wilde Saddam op die manier voorkomen dat de Iraanse fundamentalistisch-sjiitische revolutie naar Irak zou overslaan. De oorlog, waarin Irak werd gesteund door verscheidene westerse landen, kostte zeer veel levens aan beide kanten – schattingen reiken tot meer dan anderhalf miljoen. Pas in 1988 kwam het tot een staakt-het-vuren.
De Iraakse invasie in Koeweit in augustus 1990 leidde tot de ‘tweede Golfoorlog’, toen een internationale strijdmacht onder leiding van de Verenigde Staten Irak in januari 1991 dwong tot een terugtrekking.

Iraaks Koerdistan

De Koerden in Irak hebben een lange geschiedenis van onderdrukking. Zo werden ze na de oorlog tussen Iran en Irak het slachtoffer van een ongekende repressie, waarbij onder meer chemische wapens zijn ingezet.
Na de Golfoorlog van 1991 braken er binnenlandse onlusten uit. De sjiiten kwamen in opstand in het zuiden, en de Koerden in het noorden. De opstanden werden hardhandig onderdrukt, gevolgd door een campagne van hevige repressie die meer dan een miljoen Koerden dwong te vluchten naar Turkije en Iran. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk reageerden door boven de 36ste en beneden de 33ste breedtegraad vliegvrije zones in te stellen. Sinds de terugtrekking, in oktober 1991, van Iraakse troepen uit delen van de noordelijke provincies, is dit gebied feitelijk onder controle van twee rivaliserende Koerdische partijen: de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) en de Koerdische Democratische Partij (KDP). Momenteel leven er 3,6 miljoen mensen in dit gebied. De meesten zijn Koerden; onder hen zijn ook veel van de naar schatting bijna een miljoen niet-Arabische ontheemden in Irak (onder wie ook Turkmenen en Assyriërs) die als gevolg van het ‘arabiseringsprogramma’ vanaf 1997 uit hun huizen zijn verdreven.

Feiten:

Hoofdstad: Bagdad
Staatshoofd: President Jalal Talabani
Regeringsleider: Premier Ibrahim Jaafari
Bevolking: 23,6 miljen
Religie: islam
Omvang: 438.446 km2
Human Development Index: 0.586 (125)
Voertaal: Arabisch
Doodstraf: in zwang
Verdragen: VN-Verdragen

Comments are closed.