Mensenrechten

BELEID IN STRIJD MET FUNDAMENTELE MENSENRECHTEN?

De internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft erop gewezen dat de kwaliteit van de asielprocedure in Nederland zeer te wensen overlaat. Daarom kan men er volgens deze gezaghebbende organisatie niet vanuit gaan dat voor iedereen die uitgeprocedeerd raakt ook geldt dat terugkeer naar het land van herkomst veilig zal zijn. Het halen van ‘uitzetquota’ met het doel om het aanvragen van asiel in Nederland te ontmoedigen, lijkt prioriteit geworden te zijn en er is onvoldoende aandacht voor zorgvuldigheid in de procedure. Human Rights Watch publiceerde in april 2003 een uitgebreid rapport over het Nederlandse asielbeleid. Daarin wordt onder andere aangegeven dat de wijze waarop invulling en uitvoering wordt gegeven aan het asielbeleid strijdig is met mensenrechtenverdragen, zoals het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het VN Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
Meer informatie: Human Rights Watch

Asielrecht

Artikel 14(1) van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens luidt: ‘Een ieder heeft het recht in andere landen asiel te vragen en te genieten tegen vervolging’. In bindende internationale verdragen, zoals het VN Vluchtelingenverdrag van 1951, is dit “recht om asiel te genieten” niet letterlijk terug te vinden. Verdragen richten zich in het bijzonder op het recht van vluchtelingen om beschermd te worden tegen terugzending, het zogenaamde “verbod van refoulement”. Vluchtelingen mogen niet worden teruggestuurd naar hun land als zij daar ernstig gevaar lopen. In de Nederlandse wet is bescherming voor vluchtelingen vastgelegd in de Vreemdelingenwet (2000). De Nederlandse wet voorziet in een recht op verblijf voor vluchtelingen en anderen die bescherming nodig hebben.
Bron: Amnesty International (www.amnesty.nl)
Meer informatie: www.amnesty.nl

Het VN-Vluchtelingenverdrag, ook wel “het Verdrag van Geneve” genoemd, is de belangrijkste pijler van het internationale vluchtelingenrecht. Er is echter geen internationale rechter die toeziet op de naleving van dit verdrag. Het verbod van refoulement, de kernbepaling van het Vluchtelingenverdrag, is ook verankerd in andere internationale verdragen, met als een van de belangrijkste het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) Dit verdrag heeft wel een internationale rechter die toezicht houdt op de naleving. Dat is het Hof voor de Rechten van Mens in Straatsburg. In het EVRM staan nog meer bepalingen die van belang zijn bij de behandeling van asielverzoeken. Asielzoekers die in Nederland de hele procedure hebben doorlopen en zijn afgewezen, kunnen met behulp van hun advocaat de Nederlandse overheid voor het Hof in Straatsburg dagen voor het schenden van het verbod van refoulement of van een van de andere bepalingen uit het EVRM. Human Rights Watch heeft in februari 2004 de minister nog gewaarschuwd dat gevreesd moet worden dat Nederland zich met het gevoerde asielbeleid niet houdt aan de bepalingen uit internationale verdragen.

Comments are closed.